Het toepassen van verlichting begint bij kennis van termen als verlichtingssterkte, lichtsterkte, kleurtemperatuur en lichtstroom. Daar beginnen we deze themapagina mee. Voor projecten worden verlichtingsplannen opgesteld, wat hier allemaal bij komt kijken komt ook aan bod. De wettelijke maar ook de praktische randvoorwaarden worden besproken.
Met de lampsoorten en armatuursoorten wordt een overzicht gegeven
van mogelijkheden in design en functionaliteit, waarmee
lichtplannen uiteindelijke gestalte krijgen. Noodverlichting is
daarin vaak een zelfstandig onderdeel en wordt daarom
overzichtelijk op zichzelf staand behandeld.
Binnen de wereld van verlichting wordt een veelheid aan
grootheden en eenheden gebruikt. Om enig inzicht in verlichting te
krijgen, leggen we hier de belangrijkste uit.
Kleurtemperatuur
Wanneer je naar een wit voorwerp kijkt, zul je denken dat het
overal even wit is, onze hersenen regelen dat. In
werkelijkheid zal de witte kleur binnen iets geler zijn en buiten
iets blauwer. Dat komt omdat elke lichtbron zijn eigen
kleurtemperatuur heeft, hier het verschil tussen zonlicht en
een lamp. De kleurtemperatuur van een lichtbron wordt
uitgedrukt in kelvin en staat voor de temperatuur dat
ijzer heeft, dat door verhitting licht geeft. Bij matige
verhitting, 3.200 K, geeft het oranje licht, maar als het heter
wordt veranderd die kleur in wit, 5.600 K. Dat is
de kleurtemperatuur van daglicht. Als het ijzer nog heter
wordt, geeft het blauw licht.
De reden dat ijzer hiervoor gebruikt wordt, is dat de lichtkleur bij verhitting overeenkomt met de lichtkleur die de sterren en de zon geven. Dit zijn tenslotte ook ijzeren lichamen die vanbinnenuit verhit worden en daardoor licht afgeven.
Lichtstroom, Φ
Met lumen, lm, wordt de hoeveelheid uitgezonden
licht aangegeven. De lichtstroom van een lichtbron wordt bepaald
door het vermogen, lm/Watt, en van de kleur van het
licht.
Lichtsterkte, I
De lichtsterkte is de in een bepaalde richting uitgestraalde
lichtstroom en wordt in candela, cd, uitgedrukt. De
lichtstroom en de lichtsterkte verhouden zich met elkaar door de
ruimtehoek ω, die is bepalend voor hoe groot een voorwerp
er vanaf de lichtbron gemeten uit ziet:
I [cd] = Φ [lm] / ω
Verlichtingssterkte, E
De verlichtingssterkte E wordt in
lux uitgedrukt. De relatie tussen I, lichtsterkte, en E,
verlichtingssterkte wordt bepaald door de afstand (r) tot het te
verlichten voorwerp of het oppervlak (A):
Epunt [lx] = I [cd] / r2 [m] of Egemiddeld [lx] = I [cd] / A [m2]
In de meeste woningen waar mensen gaan wonen, zijn door de installateur vaste aansluitpunten voor verlichting. Deze zijn afgestemd op de mogelijke indeling van een huis. Als een woning door een architect echt op de specifieke ruimte-indeling en interieurwensen van toekomstige bewoners wordt afgestemd, sluiten de aansluitpunten hierop aan. Zodra een gebouw een utillitaire of industriële bestemming krijgt, zoals een school, winkel, horeca, kantoor of fabriek, wordt een verlichtingsplan opgesteld.
Verlichtingsplan
In de utiliteitsbouw wordt vaak een apart lichtplan opgesteld. De
uitgangspunten hiervoor komen tot stand na overleg door de
toekomstige gebruikers, de ontwerpers, de opdrachtgever en een
adviseur en hebben betrekking op het soort werkzaamheden, de
inrichting, bouwkundige en werktuigbouwkundige aspecten,
voorschriften, onderhoud, energieverbruik en het beschikbare
budget.
Soort werkzaamheden
Hoeveel licht je in een ruimte nodig hebt, hangt af van de
werkzaamheden. Voor een operatie heb je ander licht nodig
dan voor het drinken van een drankje. Het is dus van belang om de
verlichtingssterkte vast te leggen, die op vlakken of voorwerpen
moet vallen, zie Terminologie Verlichting. De verlichtingssterkte
speelt een rol bij de keuze van het soort en het aantal
armaturen.
Inrichting
De plaats en het soort armaturen hangt nauw samen met de inrichting van een gebouw. Daarom zullen deze vaak door de architect gekozen en geïntegreerd worden. Bouwkundige randvoorwaarden, de plaats en grootte van kozijnen, bepalen de uitgangspunten voor de inrichting. De plaats van (tijdelijke) binnenwanden, de kleur en textuur van wanden, vloeren en plafonds en de al dan niet vaste plaats van meubilair zijn allemaal van invloed op het verlichtingsplan. De samenhang van al deze factoren, gecombineerd met het feit dat sfeerverlichting en accentverlichting met functionele verlichting samen kunnen vallen, kan de architect zich laten bijstaan door een lichtadviseur.
Bouwkundige aspecten
Naast dat de positie en grootte van kozijnen van invloed zijn op
welke lichtbronnen er aanvullend moeten worden geplaatst, kunnen
ramen ook voor verblinding zorgen.
Ook speelt de overgang tussen brandcompartimenten en
geluidcompartimenten een grote rol. Deze moeten in elk onderdeel
van de constructie met dezelfde eisen van elkaar gescheiden worden.
Als er armaturen in brandwerende of
geluidwerende/geluidabsorberende plafonds moeten worden geplaatst,
zijn er extra maatregelen nodig. Daarnaast is het van belang dat
inbouwarmaturen zelf niet voor brandgevaar zorgen. Daarvoor moeten
ze voldoende ruimte krijgen om ingebouwd te worden. Plafondsystemen
die werken met moduulmaten bepalen ook de afmetingen van
inbouwarmaturen.
Werktuigbouwkundige aspecten
Boven het plafond moeten alle armaturen, naast luchtkanalen en
cv-leidingen voldoende ruimte hebben. Als luchtverversing met de
inbouwarmaturen gecombineerd wordt zijn voorzieningen als een
plenum, luchtafvoerkappen en/of luchttoevoercassettes
noodzakelijk.
Onderhoud van de installatie
Armaturen moeten schoongemaakt kunnen worden. Daarnaast moeten lampen, starters, voorschakelapparaten en trafo's vervangen kunnen worden. Als er sprake is van een verlaagd plafond, zal deze toegankelijk moeten zijn door het uitnemen van plafondplaten of via luiken. Als het om veel lampen gaat, loont het de moeite om een 'groepsremplace' te berekenen, waarbij in één werkgang alle lampen worden vervangen.
Energieverbruik
Spaarzaam omspringen met onze energiebronnen, en daarmee met onze eigen portomonnee,
staat tegenwoordig vanzelfsprekend hoog op de agenda. Het
energieverbruik door verlichting is terug te dringen door met de
volgende factoren te werken:
Budget
Het spreekt vanzelf, dat als de bouwkundige -, werktuigbouwkundige
-, interieuraspecten in het lichtplan zorgvuldig op elkaar
afgestemd worden, het mogelijk is om de investeringskosten voor
verlichting in de hand te houden. Daarnaast loont het de moeite om
subsidies voor energiezuinige installaties te
onderzoeken.
Bron: Jellema Hogere Bouwkunde deel 6, Installaties
A elektrotechnisch en sanitair
NOODVERLICHTING
Wanneer er brand uitbreekt in een gebouw waarin veel mensen
aanwezig zijn is een veilige evacuatie van belang. Als de
verlichting uitvalt kan paniek ontstaan en is alleen een
ontruimingsplan niet voldoende. Hiervoor worden
noodverlichtingsinstallaties ingesteld, die aangaan wanneer de
spanning wegvalt. Deze noodverlichting moet ten minste 60 minuten
kunnen blijven branden.
Noodverlichtingsarmaturen
Er zijn twee
belangrijke groepen noodverlichtingsarmaturen:
Een noodstroomaggregaat kan de normale verlichting van stroom
voorzien bij het wegvallen van de spanning. Op deze manier
functioneert de normale verlichting als noodverlichting.
Toepassingen van
noodverlichting
Noodverlichting kan twee doeleinden
hebben. Ten eerste kan het dienen als vervangingsverlichting,
waardoor de normale werkzaamheden door kunnen gaan. Economische
afwegingen spelen hierbij een rol. Nood-evacuatieverlichting is
gericht op de veiligheid bij ontruiming van een gebouw.
Drie toepassingsgebieden van nood-evacuatieverlichting:
1. Vluchtrouteverlichting bestaat uit vluchtwegaanduiding en vluchtwegverlichting. Bij vluchtwegverlichting geldt een minimale lichtsterkte van 1 lux op de vloer voor veilig gebruik. Vluchtwegaanduiding geeft de kortst mogelijke vluchtweg aan door middel van de groen-witte pictogrammen. Vluchtrouteverlichting moet worden toegepast bij:
2. Antipaniekverlichting is bedoeld om voldoende licht te creëren in grote ruimtes zodat de vluchtroute veilig bereikt kan worden. Hiervoor is minimaal 0,5 lux nodig.
- elke uitgang die bedoeld is als nooduitgang;
- elk niveauverschil , zoals trappen en hellingbanen;
- elke richtingsverandering of kruising van de route;
- de buitenzijde van elke uitgang naar buiten;
- elke handbrandmelder, brandbestrijdingsmiddel of EHBO-post.
3. Verlichting bij risicovolle werkplekken is nodig wanneer direct gevaar voor de werknemer dreigt bij het uitvallen van de verlichting door een spanningsuitval. Als noodverlichting voor deze werkplekken is een minimale verlichtingssterkte van 15 lux vereist.
Bouwbesluit
Toelichting bij § 2.8.1. Nieuwbouw
Noodverlichting, waarvan de verlichtingssterkte op vloerniveau 1 lx
moet zijn en binnen 15 seconden na het uitvallen van de stroom in
werking moet treden, is voorgeschreven voor:
Noodverlichting waarvan de verlichtingssterkte op vloerniveau 10 lx
moet zijn en binnen 5 seconden na het uitvallen van de stroom in
werking moet treden, is voorgeschreven voor:
Is noodverlichting voorgeschreven dan moet deze na het uitvallen
van de stroom, gedurende ten minste 60 minuten, de vereiste
verlichtingssterkte geven.
Toelichting bij § 2.8.2. Bestaande bouw
Noodverlichting, waarvan de verlichtingssterkte op vloerniveau 1 lx
moet zijn en binnen 15 seconden na het uitvallen van de stroom in
werking moet treden, is voorgeschreven voor:
Noodverlichting waarvan de verlichtingssterkte op vloerniveau 3 10
lx moet zijn en binnen 5 seconden na het uitvallen van de stroom in
werking moet treden, is voorgeschreven voor:
Is noodverlichting voorgeschreven, dan moet deze na het uitvallen
van de stroom, gedurende ten minste 60 minuten, de vereiste
verlichtingssterkte geven.
BUITENVERLICHTING
In openbare gebieden die ’s nachts voor publiek toegankelijk zijn, privéterreinen zoals tuinen en patio’s, uithangborden, reclameborden of voor de sfeer wordt buitenverlichting gebruikt. De verlichtingsarmaturen die buiten worden gebruikt staan bloot aan wind en regen en moeten in veel gevallen ook bestand zijn tegen vandalisme of mechanische belastingen.
Verlichtingsarmaturen
De LED-technologie wordt tegenwoordig veel gebruikt in
tuinverlichting, in combinatie met een 12 Volt zonnecel. Steeds
meer spots met LED-verlichting worden ontwikkeld, maar het komt ook
voor in lichtslangen en -netten, zoals de welbekende
kerstverlichting. LED-verlichting heeft een laag
energieverbruik.
Lantaarns zijn er in allerlei maten en uitvoeringen. Zo zijn er
staande lantaarns, wandlantaarns en hangende lantaarns. De
bekendste is de straatlantaarn, vaak een gasontstekingslamp, maar
denk ook aan een decoratieve lantaarn aan de gevel van uw tuinhuis,
waar of halogeen- of spaarlampen in zitten.
Spots zijn accentverlichting die om esthetische- of
veiligheidsredenen gebruikt kunnen worden en gebruiken vaak
halogeenlampen en LED-verlichting.
Toepassingen
De functie van buitenverlichting dient zowel het veiligheidsaspect,
communicatieve als esthetische doelen:

BOUWBESLUIT
Afdeling 2.8. Verlichting
| Nieuwbouw 2.8.1 | Bestaande bouw 2.8.2 | |
| 2.56 | 2.63 | Kader (functionele eis) |
| 2.57 | 2.64 | Verlichtingssterkte |
| 2.58 | 2.65 | Stroomvoorziening |
| 2.59 | 2.66 | Noodverlichting |
| 2.60 | 2.67 | Voorziening voor noodstroom |
| 2.61 | - | Verbouw |
| 2.62 | - | Tijdelijke bouw |
| 2.3.8 | Gebruiksbesluit: Noodverlichtingsinstallaties |
Toelichting bij § 2.8.1.
Nieuwbouw
Verlichtingssterkte is voorgeschreven
voor:
Toelichting bij § 2.8.2. Bestaande bouw
Voor
bestaande bouw is verlichtingssterkte voorgeschreven voor:
Bron: Bouwregels in de praktijk
NEN
1010
Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties
Deze norm is van toepassing op elektrische installaties zoals
van:
Deze norm heeft betrekking op:
Deel 7 Bepalingen voor bijzondere installaties, ruimten en
terreinen, heeft specifiek betrekking op verlichting:
De NPR 5310 is de Nederlandse praktijkrichtlijn bij NEN 1010 en is
bedoeld om de installateur een leidraad
voor de praktijk te bieden.
NEN 1891
Binnenverlichting - Meetmethoden voor verlichtingssterkten en
luminanties
Deze norm geeft uniforme meetmethoden om:
Deze uniforme meetmethoden voor een verlichtingsinstallatie omvat
ten minste:
ARBEIDSOMSTANDIGHEDENBESLUIT
Artikel 6.3 Daglicht en kunstlicht
Commentaar
In dit artikel zijn de bepalingen opgenomen met betrekking tot de
verlichting van de arbeidsplaats. Verlichting kan plaatsvinden door
daglicht dan wel door kunstlicht. Uitgangspunt is dat op iedere
arbeidsplaats daglicht moet kunnen toetreden. Het zal dan ook in
het algemeen gaan om een combinatie van beide.
In dit artikel is de verplichting voor de werkgever opgenomen om
ervoor te zorgen dat arbeidsplaatsen gedurende de aanwezigheid van
de werknemers voldoende en doelmatig zijn verlicht.
Bron: Arbozone, daar vindt u uitgebreider
commentaar.
Gloeilampen
1. Gloeilamp
De gloeilamp geeft licht doordat een onder stroom
gezette gloeidraad licht uitstraalt. De reden dat de
gloeidraad niet verbrand is dat er voor het verbrandingsproces
benodigde zuurstof niet aanwezig is. De reden dat het glas niet
springt, is de sterke bolvorm waarin het glas geblazen
is.
De gloeidraad produceert meer warmte dan licht. Dat is de reden waarom de EU kiest voor een geleidelijke afschaffing kiest. De traditionele gloeilamp wordt in drie jaar tijd vervangen door nieuwe, efficiëntere soorten lampen:
Vervangers van gloeilampen zijn de spaarlampen (gasontladingslamp)
of LED lampen.
2. Halogeengloeilampen
De halogeenlamp geeft net als de gloeilamp licht doordat een onder stroom gezette gloeidraad licht uitstraalt. Aan het inerte gas in de glazen ballon is halogeen toegevoegd. Hierdoor bereikt de gloeidraad een hogere temperatuur en straalt witter licht uit en heeft een langere levensduur dan de gloeilamp. Het energieverbruik is daarentegen niet voordeliger en ook de halogeenlampen worden door de EU geleidelijk afgeschaft.
Gasontladingslampen
1. Kwiklampen
Een kwiklamp is een gasontladingslamp die gevuld is met kwikdamp.
Door de elektrische spanning komt de damp tot ontlading en
geeft ultraviolet licht geeft. De fluorescerende laag aan de
binnenzijde zet dit licht om in zichtbaar helder wit licht.
Kwiklampen worden daardoor ook wel fluorescentielampen genoemd.
De kwiklampen zijn onder te verdelen in lagedruk -,
hogedruk - en superhogedruk kwiklampen.
TLD-lampen
De fluorescentielamp wordt ook
wel lagedruk kwiklamp genoemd en wordt in de volksmond de
TL-lamp of TL-buis genoemd, dat een afkorting is van Tube
Luminescent. De technische ontwikkeling hiervan heeft inmiddels tot
de TLD-lamp, een dunnere uitvoering van de TL-buis,
en de hoogrequente energiezuinige TLD-buis, TLD HF,
geleid.
TLD-buizen worden veel toegepast. Hun lichtopbrengst
is 10 keer hoger dan van de gloeilamp, waarbij ze evenveel energie
gebruiken als de gloeilamp. Daarnaast is de levensduur 8 keer
hoger voor TLD en tot 12 keer hoger voor TLD HF,
vergeleken met de gloeilamp. De hogere aanschafprijs wordt snel
terugverdiend
Spaarlampen

De compacte fluorescentielamp is beter bekend als de spaarlamp. In de techniek achter deze lampen gaat een grote ontwikkeling schuil op het gebied van compactheid, efficiënte voorschakelapparatuur en warmtehuishouding. Een belangrijke doorbraak is de toepassing van tri-fosfors, die meer licht vrijgeven in nauwe banden van het zichbaar spectrum. Spaarlampen zijn mogelijk dimbaar.
2. Natriumlampen

Natrium is bij
kamertemperatuur een vaste stof is en heeft een lage dampdruk. Door
een vulling van neongas gebruiken wordt de lamp opgestart. Daardoor
geeft de lamp na het starten eerst een roodachtig licht. Pas als
hij genoeg opgewarmd is om het natrium te laten verdampen zal de
volle lichtsterkte bereikt worden. Het 'boor-glas' verdraagt het
zeer agressieve natrium en blijft lichtdoorlatend.
Verder is een voorziening
nodig om een hoge startspanning te kunnen leveren voor het
ontsteken van de lamp. Soms gebeurt dat met een starter, anders
levert het voorschakelapparaat zelf de benodigde startspanning.
Door de ontwikkeling van lichtdoorlatend keramisch materiaal en
speciale afdichtings- en fabricagetechnieken zijn hogedruk
natriumlampen ontwikkeld.
De natriumlampen zijn onder te verdelen in lagedruk -,
hogedruk - en superhogedruk. De lagedruk natriumlampen geven
geel licht, de hogedruk natriumlampen geel-oranje licht. De
superhogedruk natriumlamp geeft de kleuren wel goed weer.
Menglichtlampen
In een menglicht lamp worden de hogedruk kwiklamp
en gloeilamp gecombineerd. De gasontlading vindt daarbij plaats
binnen de glas- of kwartsballon van de gloeilamp en de stroom wordt
begrensd door de in serie geschakelde gloeidraad. De gloeidraad
fungeert dus als voorschakelbelasting van de ontladingslamp. Een
menglichtlamp geeft door zijn constructie niet alleen ultraviolette
straling af maar ook licht en infrarode straling in een zodanige
samenstelling dat het zonlicht wordt benaderd.
LED lampen
Light Emitting Diodes, waar LED de afkorting van is,
werken volgens het principe van elektroluminescentie. Een
halfgeleider straalt licht uit als er elektriciteit doorheen gaat.
Door de bundeling van vele LED's leveren ze veel licht. Hierdoor
kan er een groot onderling verschil bestaan in het aantal
lumen dat een LED per Watt levert.
De ontwikkelingen op dit gebied volgden elkaar snel op, vanwege
het aantal belangrijke pluspunten die LED's hebben ten opzichte van
de hierboven genoemde lichtbronnen. LED's hebben een lange
levensduur, een snelle reactietijd, het energiebesparend vermogen
en ze hebben geen kleurfilters nodig. LED's worden al veelvuldig
door de industrie toegepast, modellen voor consumenten zijn in
ontwikkeling.
Overzicht lampsoorten per ruimtefunctie
Superhogedruk gasontladingslampen bij startbanen
| Functie | Lampsoorten |
| Woning | spaarlamp, halogeenverlichting, LED-verlichting |
| School | TLD, TLD HF, spaarlamp, halogeenverlichting, LED-verlichting |
| Kantoor | TLD, TLD HF, spaarlamp, halogeenverlichting, LED-verlichting |
| Winkel | spaarlamp, halogeenverlichting, LED-verlichting |
| Restaurant, café | spaarlamp, halogeenverlichting, LED-verlichting |
| Ziekenhuis | TLD, TLD HF, spaarlamp, halogeenverlichting, LED-verlichting |
| Fabriek | natriumlampen, kwiklampen |
| Buitenverlichting | natriumlampen, kwiklampen |
In elke armatuursoort wordt gewerkt met reflectoren en afschermingen om het licht te sturen dan wel af te schermen. Met het wel of niet gebruiken van deze onderdelen ontstaan er 4 lichtverdelingen: rondom stralend, direct stralend, indirect stralend en gemengd stralend. Deze lichtverdelingen zijn in veel armatuursoorten mogelijk.
REFLECTOREN
De reflector in een lamp stuurt de lichtbundel gericht naar de
juiste plaats. Wel is het daarbij van belang met lampen te werken
die rondom verlichting geven en niet zelf een reflector hebben.
Reflectoren onderscheiden zich in symmetrische en assymmetrische
reflectoren, waarbij de symmetrische vooral ingezet worden als
horizontale vlakken belicht moeten worden en de assymmetrische
reflectoren voor verticale vlakken.
AFSCHERMINGEN
Om ervoor te zorgen dat lampen niet verblinden wordt er afscherming
gebruikt. De lampkap kan worden afgesloten met een prismakap,
helder of opaal, maasrooster, lamellenrooster of spiegelrooster.
Naast het afschermen kan het licht hiermee ook verstrooid worden en
een bredere lichtbundel opleveren.
INBOUW
Downlight
In kleine en grote maten zijn downlights, oftwel inbouwspots of
spotlights, verkrijgbaar. Kleinere downlights werken met
halogeenverlichting, spaarlampen of met LED, in grotere
downlights passen ook gasontstekingslampen. Kleine inbouw
downlights met direct stralende lichtbundel kunnen
als sfeerverlichting en accentverlichting worden
toegepast. Grote downlights met een gemend stralende
lichtbundel lenen zich voor basisverlichting en
werkverlichting.
Koofverlichting
In koven wordt verlichting weggewerkt. Lichtslangen kunnen goed
weggewerkt worden en geven over de gehele lengte van de koof
dezelfde hoeveelheid licht af. Lichtslangen kunnen ook
gebruikt worden in een koof die langs trappen als balustrade wordt
gebruikt. Downlights zijn ook als koofverlichting te gebruiken,
zowel zichtbaar als onzichtbaar, waarbij de koof juist dient om
voldoend inbouwhoogte te krijgen voor inbouwspots. Koofverlichting
met zijn indirect stralende lichtbundel dient voornamelijk als
sfeerverlichting.
TLD, TLD HF
TL armaturen zijn voor inbouw verkrijgbaar, waarbij de gangbare
afmetingen passen in modules van verlaagde plafonds. TL armaturen
lenen zich met direct stralende lichtbundel voor basisverlichting
en werkverlichting.
OPBOUW
Downlight
In kleine en grote maten zijn downlights voor opbouw verkrijgbaar.
Kleinere downlights werken met halogeenverlichting,
spaarlampen of met LED, in grotere downlights passen ook
gasontstekingslampen. Kleine opbouw downlights met direct stralende
lichtbundel kunnen als sfeerverlichting
en accentverlichting worden toegepast. Ook kunnen deze in een
lichtrail geklikt worden. Grote downlights met een gemend
stralende lichtbundel lenen zich voor basisverlichting en
werkverlichting.
TLD, TLD HF
TL armaturen zijn ook voor opbouw verkrijgbaar. Ze kunnen strak
tegen het plafond gemonteerd worden, maar ook aan pendels hangen.
TL armaturen lenen zich met direct stralende lichtbundel voor
basisverlichting en werkverlichting.
Pendelarmaturen
Hangende lampen worden pendelarmaturen genoemd en zijn geschikt
voor werkverlichting en basisverlichting. Vaak hebben ze een
gemengd stralende lichtverdeling.
Plafondarmaturen
Naast opbouw downlights met
hun smalle gerichte lichtbundel, onderscheiden zich plafondlampen
die een brede lichtbundel hebben. De vormen en afmetingen
varieëren enorm. Plafondlampen zijn geschikt voor basisverlichting,
werkverlichting en sfeerverlichting.
Staande armaturen
Het is mogelijk om in kantoormeubilair staande lampen te
integreren, als ze een een gemengd stralende lichtbundel hebben. In
staande lampen kan halogeenverlichting gebruikt worden, maar ook
spaarlampen en LED verlichting. Los zijn ze ook inzetbaar met
indirect of gemengd stralende lichtbundel als sfeerverlichting.
Wandarmaturen
Armaturen die tegen wanden
worden gemonteerd leveren doorgaans een bijdrage aan de
sfeerverlichting, met een gemengd stralende lichtbundel. In
wandarmaturen kan halogeenverlichting gebruikt worden, maar ook
spaarlampen en LED verlichting
Plastic 'lamp' op zonne-energie
In ontwikkelingslanden zijn ‘lampen’ ontwikkeld die geen stroom
verbruiken, maar wel een heel huis kunnen verlichten. Er worden
daar vaak huizen heel dicht op elkaar gebouwd, die ook nog eens
geen ramen hebben. Gezinnen zijn dan ook dag en nacht afhankelijk
van lampen. Een innovatief project verandert dat en brengt licht in
de duisternis met behulp van plastic flesjes.
De flesjes worden gevuld met water en in het dak geplaatst. Wanneer
de zon er doorheen schijnt, leveren de flesjes ongeveer evenveel
licht als een gloeilamp van 60 watt. Het enige nadeel is dat de
inwoners er natuurlijk niets aan hebben als de zon niet schijnt.
Maar daar kunnen de mensen die de flesjes in hun dak lieten zetten
niet mee zitten. Overdag hoeven ze in ieder geval geen dure
gloeilampen meer aan te hebben.
Tata werkt aan warme, lichtgevende
wand
Onderzoekers van Tata Steel en de Britse
Universiteit van Swansea werken aan wanden die warmte en licht
genereren.
Ledverlichting loont steeds
meer
De toepassing van professionele
ledverlichting in de industrie, parkeergarages en tunnels in
toenemende mate lonend.
Verlichtingsconcept Pay per lux
‘Pay per lux’ is als proef opgestart, waarbij de gebruiker alleen
voor de werkelijk verbruikte hoeveelheid licht betaalt en geen
eigenaar van de verlichtingsinstallatie zelf is. Het kantoor van
architectenbureau RAU in Amsterdam wordt op basis van dit nieuwe
dienstverleningsconcept verlicht.
Kennisbank NEN 3140
Met de nieuwe online Kennisbank NEN 3140 biedt Installatie Journaal
iedereen die betrokken is bij het ontwerpen, aanleggen, inspecteren
of onderhouden van elektrische laagspanningsinstallaties en
arbeidsmiddelen deskundige en onafhankelijke vakinformatie die het
werkproces vergemakkelijken. In de introductieperiode krijgen
nieuwe abonnees het boek ‘HANDLEIDING NEN 3140 - Bedrijfsvoering
van elektrische laagspanningsinstallaties’ van Nico Kluwen
cadeau.
Kennisbank NEN 3140 biedt naast informatievoorziening veel
voorbeelden uit de praktijk, informatie over metingen, handige
tools checklists en tabellen. Door middel van een eigen dossier
kunnen abonnees notities voor eigen gebruik opslaan. Daarnaast
besteedt Kennisbank NEN 3140 aandacht aan veiligheidsrisico’s en
het voorkomen van uitval. Handig, praktisch, altijd actueel én...
de eerste maand gratis.
K
Kleurtemperatuur: staat voor de temperatuur dat
ijzer heeft, dat door verhitting licht geeft, uitgedrukt
in kelvin.
L
Lichtstroom: Φ, lichtstroom van een lichtbron
in lm/Watt.
Lichtsterkte: I, is de in een bepaalde
richting uitgestraalde lichtstroom en wordt in candela, cd,
uitgedrukt.
V
Verlichtingssterkte: E wordt in
lux uitgedrukt en is de relatie
tussen lichtsterkte en verlichtingssterkte wordt bepaald
door de afstand tot het te verlichten voorwerp of het
oppervlak.
Signalering en noodverlichting zijn belangrijk voor de veiligheid in ...
Lees verderMet verlichte vlaggenmasten is een bedrijf dag en nacht goed zichtbaar. Li...
Lees verderCombi Rail Pro Light biedt de ultieme manier van presenteren: een subtiel ...
Lees verderHet product Glassiled steunt op de verwerking van LED-lampjes tussen twee ...
Lees verderMarioni is een Italiaanse fabrikant van lampen. Door eigen productie zijn ...
Lees verderSpelsberg heeft in de loop der jaren een zeer omvangrijke lij...
Lees verderDe universele 8 – 300 W dimmer van Legrand is een dimmer speciaal voor d...
Lees verderGira F 100 schakelmateriaal voor elektrische installaties. Het programma o...
Lees verderHier uw exclusieve bedrijfsvermelding, bannering op deze themapagina en vaste productvermelding. Interesse?
...
Lees verder